Afspraak over duurzaamheid: onderzoek en ontwikkeling

De Europese Commissie heeft afspraken over de ontwikkeling van vliegtuigmotoren beoordeeld. 

Samenwerking van bouwers van vliegtuigmotoren

Midden jaren 90 werkte vliegtuigbouwer Airbus aan de nieuwe A3XX-serie. Voor de motoren waren er 3 mogelijke aanbieders: General Electric Aircraft Engines (GEAE), Pratt & Whitney (P&W) en Rolls-Royce (RR). RR hoefde geen compleet nieuwe motor te ontwikkelen. GEAE en P&W moesten dat wel. GEAE en P&W waren financieel en technisch in staat om elk apart een nieuwe motor te maken. Ze hadden dus met elkaar kunnen concurreren.

Toch besloten GEAE en P&W voor de A3XX-motor samen te werken. Ze richtten de Engine Alliance op. Er bleven zo geen 3 maar 2 aanbieders over: RR en de Engine Alliance. Dat leek een flinke beperking van de concurrentie. Daarom vroegen GEAE en P&W aan de Europese Commissie of ze mochten samenwerken.

Waar keek de Europese Commissie naar?

De Europese Commissie bekeek of werd voldaan aan de 4 voorwaarden.

1. Zijn de afspraken voordelig voor de manier van werken en goed voor de welvaart?

Door samen te werken konden GEAE en P&W een motor maken die beter was dan hun bestaande producten: goedkoper in onderhoud, goedkoper in kosten per passagier, goedkoper per afgelegde afstand, minder lawaaiig en minder vervuilend. Ze konden zo’n motor samen sneller ontwikkelen en flink besparen op hun eigen kosten.

2. Gaat er een eerlijk deel van deze voordelen naar de klanten?

Met de nieuwe motor hadden luchtvaartmaatschappijen lagere gebruikskosten. Op lange routes waren minder tussenlandingen nodig. De vliegtuigen voldeden aan nieuwe geluidsnormen van luchthavens. Hiervan profiteerden ook de passagiers, want de ticketprijzen konden omlaag.

3. Gaan de afspraken niet verder dan strikt noodzakelijk is?

GEAE en P&W hadden de nieuwe motor elk apart kunnen ontwikkelen. Maar dat zou langer duren en meer kosten dan met de Engine Alliance. RR ontwikkelde ook een A3XX-motor. De samenwerking was nodig om een concurrerende motor sneller op de markt te brengen dan anders mogelijk was geweest.

4. Blijft er ruimte voor concurrentie?

RR bleef een concurrent.

Wat vond de Europese Commissie?

Volgens de Europese Commissie was voldaan aan de 4 voorwaarden voor vrijstelling van het kartelverbod. GEAE en P&W kregen die vrijstelling tot en met 26 september 2011. Het ging de Europese Commissie vooral om de technische voordelen van deze samenwerking. De voordelen voor het milieu speelden een kleinere rol.

Beslissing van de Europese Commissie over de samenwerking van GEAE en P&W 

Fieldset and label

Heeft deze informatie u geholpen?
 
 

Let op: u kunt hier commentaar geven op deze pagina. Heeft u een vraag over uw persoonlijke situatie? Of wilt u een melding doen over een bedrijf? Neem dan contact met ons op.