Afspraak over duurzaamheid: bijkomende zaken

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft afspraken over wit- en bruingoed beoordeeld. De NMa was een voorganger van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Inzameling en verwerking van afgedankt wit- en bruingoed

In de jaren 90 werden fabrikanten en importeurs van wit- en bruingoed wettelijk verplicht om afgedankte producten weer terug te nemen. Zij richtten twee stichtingen op die het afval gingen inzamelen en verwerken. Bijna alle fabrikanten en importeurs sloten zich hierbij aan. Consumenten moesten bij aanschaf van een product met een aparte verwijderingsbijdrage meebetalen aan de inzameling en de verwerking van het afval. Er kwam een derde stichting om deze bijdragen te beheren en te verdelen.

Waar keek de ACM naar?

Volgens de NMa beperkten al deze afspraken bij elkaar de concurrentie. Maar het ging om duurzaamheid. Daarom bekeek de NMa of ze deze afspraken toch kon toestaan. Daarbij waren 4 vragen van belang.

1. Zijn de afspraken voordelig voor de manier van werken en goed voor de welvaart?

Doordat bijna iedereen meedeed, werd het mogelijk om afval beter, sneller en goedkoper te verwerken. Tijdige inzameling, opslag en verwerking van afgedankt wit- en bruingoed kon veel milieuschade voorkomen. Alles bij elkaar was dit goed voor productie en afzet van wit- en bruingoed en goed voor de economische en technische vooruitgang. Maar het was de vraag of het daarvoor nodig was om de aparte verwijderingsbijdrage altijd door te berekenen aan de consumenten.

2. Gaat er een eerlijk deel van deze voordelen naar de klanten?

Door de samenwerking bleven de kosten relatief laag. Dat was goed voor de klanten. Maar die hadden er minder voordeel van als zij altijd de verwijderingsbijdrage moesten betalen.

3. Gaan de afspraken niet verder dan strikt noodzakelijk is?

De fabrikanten en importeurs betaalden samen de kosten van de inzameling en de verwerking. Het was nodig dat ze daarvoor samen een uniforme, product- en afzetafhankelijke verwijderingsbijdrage vaststelden. Maar voor een goede concurrentie moesten ze zelf kunnen kiezen wat ze met die verwijderingsbijdrage deden: zelf betalen, of doorberekenen aan hun afnemers. Als ze de prijzen verhoogden, moesten ze zelf kunnen bepalen hoe. De afspraken hierover beperkten de vrijheid meer dan nodig was.

4. Blijft er ruimte voor concurrentie?

Volgens de NMa kwam de concurrentie op de markten voor wit- en bruingoed niet in de knel door de afspraken over inzameling en verwerking van afval. Maar de leveranciers mochten niet afspreken dat ze de verwijderingsbijdrage altijd doorberekenden aan hun afnemers. Dat beperkte hun vrijheid om te concurreren.

Wat vond de ACM?

De leveranciers waren het niet eens met het besluit van de NMa. Ze maakten bezwaar. Daarna kwam er een Richtlijn: de Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Hierin staan speciale regels voor doorberekening van de verwijderingsbijdrage bij apparaten die vóór 13 augustus 2005 op de markt zijn gekomen. De Richtlijn is later nog aangepast.

Besluit van de NMa over wit- en bruingoed

Besluit op bezwaar van de NMa over wit- en bruingoed

Fieldset and label

Heeft deze informatie u geholpen?
 
 

Let op: u kunt hier commentaar geven op deze pagina. Heeft u een vraag over uw persoonlijke situatie? Of wilt u een melding doen over een bedrijf? Neem dan contact met ons op.